De sociëteit heeft, in de loop der jaren, menig spreker verwelkomd die de leden deelgenoot maakte van ervaringen welke het alledaagse verre overstijgen. De avond waarover dit verslag handelt, was in dat opzicht geen uitzondering — integendeel, zij mocht worden beschouwd als een van de meest goed bezochte en levendig gediscussieerde bijeenkomsten van het lopende seizoen. Dat reizen, als onderwerp van beschouwing, de gemoederen in beweging brengt, behoeft voor de leden van Quintessence nauwelijks betoog.
De Spreker en Zijn Betoog
Het was de heer G.J. Verhoeven — oud-diplomaat, meermalen onderscheiden voor zijn verdiensten op het gebied van culturele betrekkingen, en een man wiens reputatie als causeur de sociëteit reeds lang had bereikt — die op uitnodiging van het bestuur het woord nam. Hij had zijn lezing getiteld: Het Reizende Leven als Morele Oefening, een titel die bij sommige leden aanvankelijk enige wenkbrauwfrons opriep, doch welke in de loop van de avond zijn rechtvaardiging ruimschoots vond.
De heer Verhoeven opende zijn betoog met de stelling dat het reizen in onze tijd zijn karakter wezenlijk heeft veranderd. Waar de reiziger van weleer — hij noemde met instemming de traditie van de Grand Tour — zijn bestemming naderde met de traagheid die contemplatie mogelijk maakt, aldaar treedt de hedendaagse bezoeker veelal de luchthaven binnen als een man die een vergadering bijwoont: gehaast, voorzien van een schema, en gericht op afvinken eerder dan op aanschouwen. Deze these, zo merkte de spreker met enige zelfgenoegzaamheid op, was hem niet ingegeven door nostalgie, maar door waarneming.
Vervolgens voerde de heer Verhoeven zijn gehoor mee langs een reeks bestemmingen die hij in zijn diplomatieke loopbaan had aangedaan: van de stille binnenplaatsen van een Marokkaanse medina tot de ijle hoogvlakten van Centraal-Azië, en van de kanalen van een Vlaamse provinciehoofdstad tot de onaffe schoonheid van een Oost-Europese grensstad. Wat al deze plaatsen gemeen hadden, zo betoogde hij, was dat zij hun diepste betekenis pas prijsgaven aan wie bereid was er te verblijven, niet slechts te passeren. De zaal luisterde aandachtig; het is de secretaris niet ontgaan dat zelfs de heer Van Daalen, wiens aandachtsspanne bij lezingen van meer dan drie kwartier doorgaans beproefd raakt, ditmaal geen blijk gaf van innerlijke onrust.
De Discussie en de Tijdgeest
Na de pauze — waarin, zoals gebruikelijk, de madeira werd geschonken en de heer Penningmeester zijn ronde deed langs de aanwezigen om de contributieafdrachten van enige nalatige leden te innen, een taak die hij, het zij gezegd, met onverstoorbare hoffelijkheid verricht — opende de voorzitter de discussie.
Het was de heer Brouwers die als eerste het woord nam, en die de vraag stelde of de door de spreker bepleite trage reiswijze niet een zeker privilege veronderstelt: tijd, middelen, en de vrijheid van verplichtingen. De heer Verhoeven erkende dit zonder omwegen, doch voegde eraan toe dat de houding van de langzame reiziger ook binnen beperktere omstandigheden cultiveerbaar is — dat het, met andere woorden, een geestesgesteldheid betreft eerder dan een reisbudget. Mevrouw Oosterbeek, die als gast was genodigd en wier aanwezigheid de vergadering onmiskenbaar verfraaide, merkte op dat juist in tijden van maatschappelijke onrust het verlangen naar het verre toeneemt, een observatie die door verscheidene leden met instemming werd ontvangen.
In dit verband werd ook de vraag opgeworpen hoe het hedendaagse nieuws het reisgedrag beïnvloedt. Wanneer een bestemming plots in het nieuws verschijnt — door onlusten, een natuurramp, of politieke verwikkelingen — ziet men dikwijls een scherpe daling van het bezoekersaantal, ook in gevallen waar de situatie ter plaatse voor de gemiddelde reiziger geen gevaar oplevert. Eén der leden verwees in dit verband naar berichtgeving zoals die welke men kan aantreffen bij de NOS, die reisbestemmingen soms in een licht plaatst dat meer zegt over de zorgen van het thuisfront dan over de werkelijkheid in den vreemde. De heer Verhoeven knikte bij deze opmerking met de behoedzame instemming van iemand die de stelling herkent maar haar nuancering wenst te bewaren.
De discussie liep, zoals vaker het geval is bij onderwerpen die raken aan het persoonlijke, enigszins uit in anekdote. De heer De Bruijn deelde een herinnering aan een verblijf in een Portugees vissersdorp, de heer Vermeulen recapituleerde een bezoek aan een Griekse tempel bij dageraad, en de secretaris zelf, die in deze verslagen doorgaans de anonimiteit verkiest, waagde het te melden dat een week in een Bourgondisch kloosterhotel hem meer had bijgebracht over het ritme van het bestaan dan menige conferentie ooit had vermogen te doen. Men lachte welwillend; de voorzitter tikte met zijn hamer.
De Vereniging en de Kunst van het Ontvangen
Het is de gewoonte van dit verslag om, naast de inhoud van de lezing, ook enige aandacht te wijden aan het leven van de sociëteit zelf — aan haar gebruiken, haar tradities, en de vraagstukken die haar bestuur bezighouden. Dit seizoen is één onderwerp met enige regelmaat ter tafel gekomen, en het verdient ook hier vermelding: de kwestie van de verjonging der ledenlijst.
Quintessence telt op dit moment, zonder de namen der leden te noemen of de precieze aantallen te vermelden — zulks behoort niet tot de informatie die in een openbaar verslag thuishoort —, een ledental waarvan het gemiddelde leeftijdsprofiel de secretaris niet geheel geruststelt. Het bestuur heeft zich, in vergaderingen waaruit uiteraard niet geciteerd wordt, gebogen over de vraag hoe jongere gegadigden te bereiken zonder de aard van de sociëteit geweld aan te doen. De ballotage, dat eerwaardige instrument van kwaliteitsborging, blijft gehandhaafd; er is geen voornemen haar te verzachten of haar procedure te vereenvoudigen.
Wat wel ter overweging is genomen, is de vraag of de thematiek van de lezingen breder kan worden gekozen, zonder dat dit ten koste gaat van het niveau. De avond met de heer Verhoeven bewees in dit opzicht iets waardevols: reizen is een onderwerp dat generaties verbindt. De oudere leden herkenden in zijn woorden de echo van hun eigen ervaringen; de jongere gasten — want er waren ditmaal enkele genodigden van jongere leeftijd aanwezig, op initiatief van een der leden — toonden een betrokkenheid die de secretaris oprecht verheugde.
Het diner dat de avond besloot, verliep in de sfeer van geanimeerde rust die het beste bewijs vormt van een geslaagde bijeenkomst. De wijn was, naar het oordeel van de heer Sommelier — een erebenaming die de heer Koolhaas al jaren met waardigheid draagt — van een kwaliteit die de conversatie bevorderde zonder haar te vertroebelen. De tafelschikking, waarover het bestuur doorgaans meer zorg besteedt dan buitenstaanders zouden vermoeden, had ditmaal geleid tot een gelukkige menging van oude leden en nieuwe gasten, hetgeen de gesprekken aan tafel een levendigheid gaf die tot ver na het dessert aanhield.
Tot Slot
De secretaris sluit dit verslag af met de aantekening dat de avond met de heer Verhoeven heeft bevestigd wat de sociëteit in haar beste uren steeds heeft nagestreefd: de verbinding van het persoonlijke met het algemene, van de anekdote met de these, en van het gezellige met het ernstige. Reizen, zo bleek ditmaal eens te meer, is niet slechts een onderwerp van conversatie — het is, voor wie het met de nodige aandacht beoefent, een school voor het leven. De sociëteit Quintessence is verheugd zulke scholen te mogen frequenteren, zij het vanuit de comfortabele beslotenheid van haar vergaderzaal.