Over de Kunst van het Reizen als Beschaafd Gezelschap

Written by

in

Het is een waarheid die de leden van onze sociëteit met enige regelmaat ter tafel brengen: dat reizen, in zijn edelste gedaante, een geestelijke aangelegenheid is en geen louter lichamelijke verplaatsing. Wij die ons hebben verenigd onder het vaandel van Quintessence weten maar al te goed dat de kwaliteit van een reis niet wordt bepaald door de afstand die men aflegt, maar door de wijze waarop men zich voorbereidt, de aandacht waarmee men aankomt, en de zorgvuldigheid waarmee men het beleefde naderhand overdenkt. Het is in die geest dat onderstaande beschouwing is opgesteld.

De Voorbereiding als Wezenlijk Onderdeel van de Reis Zelf

Men zou geneigd zijn te menen dat een reis aanvangt op het ogenblik dat men de drempel van het eigen huis overschrijdt, doch de leden van onze kring zijn het er doorgaans over eens dat zulks een te smalle opvatting is. De voorbereiding, die weken of zelfs maanden vóór het vertrek begint, vormt een wezenlijk en onafscheidelijk deel van de reis zelf. Het raadplegen van historische werken over de te bezoeken streek, het lezen van memoires van reizigers die u voorgingen, het bestuderen van de plaatselijke gebruiken en tafelmanieren — dit alles is geen bijkomstigheid, maar de eigenlijke grondlegging van een beschaafde kennismaking met een vreemde omgeving.

Een der sprekers die wij enige tijd geleden het genoegen hadden te ontvangen, drukte dit aldus uit: dat de onvoorbereide reiziger een gast is die aanklopt zonder te hebben geklopt, terwijl de goed voorbereide bezoeker reeds bij aankomst een zekere vertrouwdheid uitstraalt die deuren opent welke anders gesloten blijven. Wij hechten aan deze zienswijze, zonder haar geheel voor onze rekening te nemen.

De Keuze van het Reisgezelschap

Weinig zaken beïnvloeden de kwaliteit van een reis zo ingrijpend als de keuze van hen met wie men reist. Een reisgenoot die bij elke ongemakkelijkheid klaagt, die het onbekende met wantrouwen bejegent, of die de maaltijden slechts beschouwt als een noodzakelijke onderbreking van het sightseeing, is een last die zwaarder drukt naarmate de reis langer duurt. Omgekeerd is een gezelschap van gelijkgestemden, dat bereid is te vertragen waar vertraging geboden is, dat een onverwacht incident als een rijkdom beschouwt en dat ‘s avonds aan tafel in staat is het dagelijks beleefde met enige diepgang te bespreken, een bron van vreugde die het reisgenot verveelvoudigt.

Binnen onze sociëteit is het niet ongebruikelijk dat leden gezamenlijk reizen ondernemen, zij het dat dergelijke ondernemingen buiten de officiële vergaderingen vallen en derhalve niet in dit verslag worden behandeld. Toch zij opgemerkt dat de vriendschappen die binnen Quintessence zijn gesmeed, menig lid een uitstekend reisgezelschap hebben opgeleverd.

De Kunst van het Aankomen

Er bestaat, zo meende een vroegere spreker wiens lezing ons nog helder voor de geest staat, een onderscheid tussen het aankomen en het landen. Landen doet men als een vracht: men wordt afgezet, men haalt zijn bagage op, men zoekt zijn verblijf. Aankomen, daarentegen, is een bewuste daad waarbij men zich rekenschap geeft van de lucht, het licht, het geluid en de geur van een nieuwe omgeving, voordat men zich overgeeft aan de drukte van het praktische. De reiziger die bij aankomst vijf minuten neemt om stil te staan — letterlijk stil te staan, op een plein of voor een gevel — en te observeren, zal de volgende dagen met andere ogen zien dan zijn haastige medebezoeker.

Dit principe van aandachtig aankomen heeft, zo wil het ons voorkomen, een zekere verwantschap met de wijze waarop onze eigen vergaderingen worden geopend: met een moment van ordening, een inleidend woord, een bewuste overgang van het alledaagse naar het bijzondere.

Tafelgebruiken in den Vreemde

Een onderwerp dat onze leden bijzonder na aan het hart ligt, is de kwestie van de tafelgebruiken buiten de landsgrenzen. Wie reist, eet, en wie eet, bevindt zich onvermijdelijk in een situatie die zowel sociaal als cultureel geladen is. Het is onze vaste overtuiging dat een beschaafd reiziger zich verdiept in de plaatselijke tafelgewoonten, niet om ze blindelings na te apen — wat eerder belachelijk dan respectvol aandoet — maar om ze te begrijpen en met de vereiste hoffelijkheid te benaderen.

In sommige streken is het een teken van waardering om luid te eten; elders is stilte aan tafel een deugd. In bepaalde culturen is het weigeren van een aangeboden gerecht een belediging; in andere is het aanvaarden van een tweede portie een last voor de gastheer. De reiziger die dit niet weet, of erger, die het weet maar er zich niets van aantrekt, doet zichzelf en zijn herkomst geen eer aan. Onze sociëteit heeft aan dit onderwerp meerdere lezingen gewijd, en de discussies die daarop volgden, behoorden tot de levendigste die wij hebben meegemaakt.

Het Bijhouden van een Reisdagboek

Een gebruik dat wij ten sterkste aanbevelen aan allen die de moeite nemen te reizen, is het bijhouden van een dagboek. Niet het vluchtige aantekenen van bezienswaardigheden en restaurantbeoordelingen, maar een werkelijk schriftelijk verslag van de indrukken, de gesprekken, de momenten van onverwachte schoonheid of verwarring die elke reis kenmerken. Het dagboek dwingt tot reflectie, en reflectie is de eigenlijke vrucht van het reizen.

Verscheidene leden van onze sociëteit hebben in het verleden fragmenten uit hun reisdagboeken voorgelezen tijdens onze avonden, en wij kunnen getuigen dat zulke voordrachten, mits met de nodige selectiviteit samengesteld, tot de meest onderhoudende en verrijkende bijdragen behoren die wij hebben ontvangen. Het gesproken reisverslag, wanneer het goed is verzorgd, herschept de reis voor wie er niet bij was, en verdiept haar voor wie er wel bij was.

De Terugkeer en Wat Zij Ons Leert

De terugkeer van een reis is, zo beschouwen wij haar, geen afsluiting maar een aanvang. Wie thuiskomt en zijn koffers uitpakt zonder verder na te denken over wat hij heeft meegemaakt, heeft slechts de buitenkant van de reis beleefd. De werkelijke verwerking begint in de weken na de terugkeer, wanneer de indrukken zijn neergeslagen en men met enige afstand kan bezien wat men eigenlijk heeft geleerd.

Het is precies deze nawerking die het reizen verwant maakt aan de geestelijke inspanning die wij in onze sociëteit cultiveren: de bereidheid om te luisteren, te overdenken, en pas daarna te oordelen. Wie zo reist, reist goed; en wie zo vergadert, vergadert, naar wij durven hopen, in de geest van Quintessence.