Wie meent dat reizen uitsluitend een aangelegenheid is van bagage, vervoermiddelen en de keuze van een passend hotel, heeft de diepere strekking van dit menselijk verlangen nog niet ten volle begrepen. Het was dan ook met bijzondere voldoening dat de Sociëteit Quintessence onlangs haar leden mocht ontvangen voor een avond die tot de meest weloverwogen en inhoudelijk rijke behoorde die wij in geruime tijd hebben meegemaakt. De heer Van Aerschot, oud-diplomaat en veelvuldig reiziger, besteeg het spreekgestoelte met de kalmte van iemand die weet dat zijn onderwerp geen haast behoeft, en hij had gelijk.
De Lezing Zelf: Reizen als Innerlijke Discipline
De heer Van Aerschot opende zijn betoog met de stelling dat de beschaafde reiziger zich onderscheidt van de toerist niet door de bestemming die hij kiest, maar door de gezindheid waarmee hij vertrekt. Een toerist vertrekt om iets te ontvangen: zon, ontspanning, bezienswaardigheden die hij reeds kent van afbeeldingen. De reiziger in de ware zin des woords vertrekt om iets te geven, namelijk zijn onverdeelde aandacht, zijn bereidheid tot verwondering en zijn vermogen tot stilte.
Dit onderscheid bleek bij nader inzien vruchtbaarder dan het op het eerste gehoor lijkt. De heer Van Aerschot verduidelijkte zijn stelling aan de hand van wat hij noemde de drie deugden van de ervarene reiziger:
- Geduld, niet als passieve afwachting, maar als actieve openheid voor het onverwachte
- Bescheidenheid, in de zin dat men de eigen gewoonten en oordelen tijdelijk opschort ten gunste van het nieuwe
- Geheugen, waarmee hij bedoelde het bewuste bewaren van indrukken, niet door middel van fotografisch vastleggen, maar door aandachtige observatie en, bij voorkeur, het bijhouden van een reisdagboek
Dit laatste punt ontlokte een levendige terzijde van ons lid mevrouw Delbecq, die opmerkte dat het reisdagboek als genre ten onrechte in verval is geraakt. De heer Van Aerschot bevestigde haar zienswijze en voegde eraan toe dat het dagboek de reiziger dwingt tot precisie van waarneming: men kan immers niet opschrijven wat men niet werkelijk heeft gezien.
Het tweede deel van de lezing richtte zich op de vraag welke bestemmingen zich bij uitstek lenen voor wat de spreker aanduidde als de contemplatieve reis. Hij noemde daarbij geen toeristische trekpleisters in de gebruikelijke zin, maar wees op de waarde van plaatsen die een zekere weerstand bieden: steden met een moeilijk te doorgronden karakter, landschappen die niet onmiddellijk prijs geven wat zij te zeggen hebben, culturen waarvan de omgangsvormen een geduldige studie vereisen. Juist die weerstand is de eigenlijke leerschool van de reiziger.
De Discussie na de Lezing en de Tafelgesprekken
Na het applaus opende de voorzitter de discussie. Deze verliep op een toon van wederzijds respect, al werden er standpunten ingenomen die men gerust als divergerend mag aanduiden.
Ons lid de heer Mortelmans, gepensioneerd ingenieur en man van praktische inslag, vroeg zich hardop af of de door de spreker beschreven houding niet een zekere welgesteldheid veronderstelt: tijd, middelen en de vrijheid van verplichtingen. De heer Van Aerschot erkende dit bezwaar zonder het te bagatelliseren, maar voerde aan dat de contemplatieve gezindheid ook kan worden beoefend op bescheidener schaal — een wandeling door een onbekende wijk van de eigen stad, een treinreis naar een nabijgelegen dorp dat men nooit eerder heeft bezocht. Het gaat om de gezindheid, niet om de afstand.
Na de formele discussie werd de vergadering geschorst voor het diner, dat ditmaal bestond uit een koude terrine, gevolgd door een wildgerecht dat de keuken met zorg had bereid, en afgesloten met een kaasplank van onberispelijke samenstelling.
Beschouwingen van de Secretaris over het Reizen als Thema voor de Sociëteit
Het reizen, in de brede en geestelijke zin zoals de heer Van Aerschot het heeft beschreven, vertoont opmerkelijke overeenkomsten met het lidmaatschap van een sociëteit als de onze.
Ook de sociëteit vereist immers geduld: men wordt niet van de ene dag op de andere lid, de ballotage is een zorgvuldig proces dat zijn tijd neemt. Ook hier is bescheidenheid vereist: wie meent dat zijn eigen meningen en smaken de enige maatstaf vormen, zal in onze kring weinig vreugde vinden. En ook hier is het geheugen van wezenlijk belang — het geheugen voor wat er in vroegere jaren is gezegd, voor de tradities die ons binden, voor de namen en karakters van degenen die ons zijn voorgegaan.
De jongere leden die wij in de afgelopen jaren hebben mogen verwelkomen zullen hopelijk in avonden als deze ontdekken dat de sociëteit, net als de contemplatieve reis, zijn rijkdom pas volledig prijsgeeft aan wie bereid is er werkelijk bij stil te staan. De deur staat open. De amontillado staat klaar.