De maandelijkse lezing van Sociëteit Quintessence nam ditmaal de gedaante aan van een bijzonder doorwrochte verhandeling over de pelgrimstocht als cultureel en spiritueel verschijnsel. De spreker, de heer Adriaan van Oosterbroeck, oud-hoogleraar aan een gerenommeerde Vlaamse instelling, wist het gezelschap gedurende bijna twee uren te boeien met een betoog dat in gelijkheid van ernst en eruditie zelden zijn weerga vindt binnen onze muren.
De spreker en zijn voorbereiding
Het is de gewoonte van de sociëteit, zoals de vaste leden welbekend zal zijn, dat de secretaris voorafgaand aan elke lezing enige correspondentie voert met de uitgenodigde spreker teneinde de aard en de reikwijdte van het onderwerp nauwkeurig af te stemmen op het peil en de interesse van ons gezelschap. De heer Van Oosterbroeck bewees zich in dit opzicht een bijzonder plezierige gesprekspartner: zijn brieven — hij verkiest de handgeschreven correspondentie boven het elektronische bericht, een voorkeur die hem onmiddellijk sympathiek maakte — getuigden van een verfijnde geest en een ongewone bereidheid tot overleg. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat hij de uitnodiging aanvaardde.
De pelgrimstocht als historisch fenomeen
De lezing opende met een historisch panorama dat zijn aanvang nam in de vroegchristelijke eeuwen en zich uitstrekte tot ver in de late middeleeuwen. De heer Van Oosterbroeck schetste, met de kalmte van iemand die zijn stof door en door beheerst, hoe de gewoonte van het pelgrimeren zich over geheel Europa verbreidde als een netwerk van wegen, verhalen en devotie. Hij wees erop dat de route naar Santiago de Compostela, waarover men uitvoerige achtergrondinformatie kan raadplegen in een betrouwbaar overzichtsartikel op Wikipedia, reeds in de tiende eeuw duizenden wandelaars trok uit de verste uithoeken van het continent. Wat hem in het bijzonder boeide, zo gaf hij te kennen, was niet zozeer de religieuze motivatie als wel de sociale functie: de pelgrimstocht als democratiserend fenomeen, waarbij edelman en dagloner zij aan zij de voet verzetten.
De sociëteit als spiegel van de samenleving
Op dit punt veroorloofde de voorzitter, de heer De Meersman, zich een vriendelijke interruptie, waarbij hij de parallel trok met de sociëteit zelf als ontmoetingsplaats voor mensen van uiteenlopende achtergrond. De heer Van Oosterbroeck nam deze observatie welwillend in ontvangst, al nuanceerde hij haar met de opmerking dat de pelgrimstocht in de praktijk toch bepaald niet vrij was van standsonderscheid: de rijkere pelgrim reisde te paard en overnachtte in hospitia, de arme te voet en onder de blote hemel. Wij tekenen aan dat dit debatje, hoewel het de lezing even onderbrak, de avond een welkome levendigheid verleende die door de aanwezigen zichtbaar werd gewaardeerd.
Tafelgesprek en het diner
Na afloop van de eigenlijke lezing schaarden de leden zich, overeenkomstig de vaste gebruiken van de sociëteit, om de grote tafel in de eetzaal. Het menu was samengesteld door de heer Verstraeten, die het culinaire comité sedert vele jaren met grote toewijding voorzit, en omvatte onder meer een wildragout waarover de meningen aangenaam verdeeld waren. De tafelgesprekken, die wij als secretaris uiteraard niet in hun geheel kunnen weergeven — nog afgezien van de vraag of zulks wenselijk zou zijn — cirkelden rondom de thema’s die de lezing had aangesneden: het reizen als levenshouding, de waarde van ontbering als voorbereiding op genot, en de vraag of de moderne wandelaar op de Camino nog in enig zinvol opzicht als pelgrim kan worden beschouwd. Het waren levendige, soms gepassioneerde, maar steeds beschaafde uitwisselingen.
De kwestie van de jongere leden
Aan het einde van de avond, in de meer informele sfeer die gewoonlijk volgt op het dessert en de eerste glazen cognac, werd opnieuw de vraag opgeworpen die de sociëteit al enige tijd bezighoudt: hoe jonger bloed aan te trekken zonder het karakter van het gezelschap te schaden. Een der leden — wij noemen hem niet bij name, zoals de discretie gebiedt — stelde voor de ballotage-procedure te vereenvoudigen, hetgeen onmiddellijk op bezwaren stuitte van verscheidene oudere leden. De voorzitter sloot de discussie af met de diplomatieke opmerking dat het ballotagecomité de kwestie te zijner tijd met de nodige zorgvuldigheid zou bestuderen. Wij menen dat dit een verstandig besluit was.
Beschouwing over de waarde van dergelijke avonden
Het is, zo meent de schrijver dezes na vele jaren als secretaris, de bijzondere verdienste van avonden als deze dat zij de leden herinneren aan de wezenlijke functie van de sociëteit: niet het onderhoud van een aangenaam gezellig verband, hoewel dat op zichzelf reeds een achtenswaardig doel is, maar het cultiveren van de geest door middel van georganiseerde ontmoeting met kennis en inzicht. De pelgrimstocht, zo bleek uit de woorden van de heer Van Oosterbroeck, is in wezen een geordende verstoring van de dagelijkse routine — en is dat, indien men er goed over nadenkt, niet precies wat een geslaagde lezing ook beoogt te zijn?
Tot slot
Wij danken de heer Van Oosterbroeck hartelijk voor zijn bijdrage en hopen hem te zijner tijd opnieuw te mogen verwelkomen. De leden die de avond niet konden bijwonen, ontvangen het gebruikelijke schriftelijke verslag via de secretarie. De eerstvolgende bijeenkomst van de sociëteit zal, naar verwachting, worden gewijd aan een onderwerp van geheel andere aard — waarover in een volgend schrijven meer.
